wie
Nederlands Philharmonisch Orkest
Yakov Kreizberg dirigent
Marjana Lipovsek mezzosopraan
wat
Dvořák - Ouverture ‘Carnaval’
Dvořák - Vier liederen in volkse toon op. 73
Arrangement van Rainer Bischof (Nederlandse premičre)
Mahler - Symfonie nr. 1
waar
Concertgebouw, Amsterdam
wanneer
zo 12 dec 2010, 14.15 uur
ma 13 dec 2010, 20.15 uur
prijs
Standaard/Stadspas
Rang 1+ € 43,00/ € 27,00
Rang 1 € 39,00/ € 25,00
Rang 2 € 35,00/ € 23,00
Rang 3 € 22,50/ € 17,00
Tot 27 jaar € 10,-
Een bijzondere combinatie: Antonín Dvořák en Gustav Mahler. Allebei geboren in dezelfde landstreek: Bohemen. Tijdgenoten zelfs. Maar zeer verschillend, Dvořák wortelde in de Slavische (Tsjechische) wereld,
terwijl Mahler van joodse komaf was en behoorde tot de Duits-Oostenrijkse cultuur. Enkele trekjes hebben ze gemeen: ze verwerkten beiden de natuurklanken die opwelden uit hun geboortegrond, én ze koesterden een
liefde voor het volkse lied en voor volkslegendes. Dvořák ontpopte zich niet alleen als symfonisch componist. Hij schreef verscheidene opera’s, waarvan Rusalka de bekendste is. De opening van het Dvořák-deel voor de pauze verwijst naar die operakant: de ouverture Carnaval, een los concertstuk. De vier liederen die de befaamde Slowaakse mezzo Marjana Lipovsek zal zingen, zijn Dobrú noc (Goede nacht), Zalo dievca, zalo travu (De maaier), Ach, jení tu (De klaagzang van de meid) en Ej, mám já kona faku (Geliefd en verloren). Een mooie aanvulling op Dvořáks symfonische gedichten over volksverhalen, die in vorige seizoenen tot klinken kwamen. Mahlers Eerste symfonie ontplooit zich weliswaar geheel instrumentaal, maar is doordesemd met liederen, zoals ‘Ging heut’ morgen über’s Feld’, het dragende thema van het eerste deel. De natuur speelt een hoofdrol in wat de componist aanvankelijk een ‘symfonisch gedicht’ noemde, maar uiteindelijk betitelde als ‘symfonie’.