Chef-dirigent

Marc Albrecht

Met ingang van het seizoen 2011 - 2012 is Marc Albrecht chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest. Tevens is hij chef-dirigent van De Nationale Opera, waarmee de veelgeprezen artistieke samenwerking tussen beide organisaties zich verder heeft versterkt. Het succes van de samenwerking blijkt uit de lovende recensies door (internationale) media en uit het winnen van vele prijzen die Marc Albrecht met het Nederlands Philharmonisch Orkest ontving. Zo werd in 2014 de opname van de DNO productie Der Schatzgräber onderscheiden met een Edison, terwijl de opera Orest een Edison-nominatie kreeg. De dvd De legende van de stad Kitesj ontving in 2015 de International Classical Music Award. Ten slotte is de DNO-productie Gurre-Lieder in 2015 genomineerd voor de International Opera Award, die op 26 april 2015 wordt uitgereikt.

Portret Marc Albrecht



WegeSP05uZE

Op de leeftijd dat andere kinderen nog met houten zwaarden zwaaiden, zwaaide Marc Albrecht (1964, Duitsland) al met de baton. En hij was nog in zijn tienerjaren toen hij zijn vader, dirigent George Alexander Albrecht, begon te assisteren bij repetities van opera's van Strauss en Wagner.

De leerjaren bij zijn vader zette Albrecht voort als repetitor bij de Hamburgse opera. Hij speelde er ontzagwekkende operapartituren op de piano om de zangers te begeleiden bij het instuderen van hun rol. Een fantastische leerschool, naar eigen zeggen. De jonge dirigent ontwikkelde zich verder bij het Dresdense operahuis en als persoonlijk assistent van Claudio Abbado bij het Gustav Mahler Jugendorchester in Wenen. Vanaf 1995 braken enorm succesvolle jaren aan bij het Staatstheater Darmstadt. "Ik inhaleerde opera-partituren, was onstuitbaar. De basis die ik toen gelegd heb, geeft me nu een comfortabel gevoel”, zei hij daarover.

MarcAlbrecht_portret2

In 2006 ging Albrecht zich een tijd lang meer op orkestmuziek concentreren en kreeg hij een aanstelling bij het Orchestre Philharmonique de Strasbourg. Ook als concertdirigent maakte hij snel naam. Uitnodigingen om te werken met de toporkesten van Europa volgden elkaar razendsnel op: de Berliner Philharmoniker, het Koninklijk Concertgebouworkest, de Staatskapelle Dresden, Munich Philharmonic, Vienna Symphony and the Orchestre National de Lyon...



Albrechts opera-carrière bleef ondertussen absoluut niet stilstaan. Het mooiste bewijs daarvan is misschien wel het overrompelende succes met Die Frau Ohne Schatten van Strauss in 2008 bij De Nationale Opera met het Nederlands Philharmonisch Orkest in de bak! 'He and the orchestra were the triumphant stars of the night', schreef Opera Today daarover, en voorspelde hem en passant een grote toekomst. Wat later volgde een zeer geslaagd debuut bij het Royal Opera House Covent Garden met Wagners Der fliegende Holländer.




Sinds september 2011 is Albrecht chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch Orkest|Nederlands Kamerorkest als De Nationale Opera, waar hij respectievelijk Yakov Kreizberg en Ingo Metzmachter opvolgt. Marc Albrecht heeft na zijn benoeming onmiddellijk zijn koffers gepakt en is naar Amsterdam gekomen, waar hij inmiddels woont en leeft.

Visie en ambities Marc Albrecht


Niet alleen met zijn heldere interpretaties van Wagner en Strauss heeft Marc Albrecht furore gemaakt als operadirigent. Hij plaatste zichzelf ook vol in de spotlights met moderne opera's als Messiaen’s Francois d’Assise, Nono’s Intolleranza en From the House of the Dead van Janáček. Bij De Nationale Opera kan hij die veelzijdigheid optimaal laten zien. Hij roemt daarbij ook het Nederlandse publiek omdat het zo onbevangen reageert op hedendaags muziektheater. 'Een positie als deze betekent voor mij dat ik niet gevangen zit, maar me vrij kan bewegen tussen het klassieke en het avant-garde repertoire, tussen Duitse, Franse, Italiaanse en Engelse opera’s', vertelde hij aan Trouw.



Toen hij het aanbod kreeg om chef-dirigent van zowel De Nationale Opera als het Nederlands Philharmonisch Orkest|Nederlands Kamerorkest te worden hoefde Albrecht niet na te denken. Zo'n combinatie is ideaal in zijn visie: 'Spelen in de Grote Zaal geeft zelfvertrouwen, het begeleiden van operazangers vanuit de bak scherpt het oor', lichtte hij zijn opvatting toe in de Volkskrant. En er zijn nog veel meer voordelen. Zo kan hij als het nodig is het concertprogramma van het Nederlands philharmonisch orkest inhoudelijk laten aansluiten op het operaprogramma, om intensiever vertrouwd te raken met een componist.



In Amsterdam voelde Albrecht zich al direct helemaal thuis en de Amsterdamse mentaliteit bevalt hem uitstekend. 'Wat me hier opvalt is dat de mensen een open geest hebben en op een goede manier relaxt zijn. Ze zijn gefocust en relaxt tegelijkertijd. Daar houd ik van, ook bij musici. Zo'n houding komt de muziek ten goede en kan zelfs de orkestklank beïnvloeden. Hoe? Omdat door een juiste balans tussen concentratie en ontspanning de muziek kan ademen. Muziek móet ademen.'



Albrecht beschouwt het Nederlands Philharmonisch Orkest|Nederlands Kamerorkest als hét operaorkest van Nederland. In zijn debuut hier, met Richard Strauss' Die Frau ohne Schatten, vonkte het meteen over en weer naar alle kanten. Tussen orkest, zangers en zaal, maar bovenal tussen orkest en dirigent. 'Tussen het orkest en mij heerste zo veel vertrouwen. Elke avond ontdekten we nieuwe dimensies in de partituur, bijna alsof we improviseerden', vertelde hij aan de Volkskrant.

 In de daaropvolgende seizoenen boekte Marc Albrecht bij DNO succes met het Nederlands Philharmonisch Orkest|Nederlands Kamerorkest met onder meer Wagners Die Meistersinger en Lohengrin, Arabella van Richard Strauss, Mozarts Die Zauberflöte en Schönbergs Gurre-Lieder

De Nationale Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest deelden al eerder hun chef-dirigent, namelijk Hartmut Haenchen van 1986 tot 1999. Tussen 1999 en 2011 had de chef-dirigent van DNO geen vast orkest. Alle partijen - Pierre Audi, de artistiek leider van de opera voorop - zijn ervan overtuigd dat nu die ideale situatie weer is hersteld.

 In zijn nieuwe dubbelfunctie kan Albrecht met het orkest aan iets gaan bouwen: 'Nu voel ik me een echte chef-dirigent en kunnen we samen groeien. Het is allemaal veel natuurlijker op deze manier, en veel interessanter dan al dat heen en weer hoppen tussen orkesten', zei Albrecht in Trouw. 'Met dit geweldige orkest wil ik een identiteit vinden en een stijl ontwikkelen.'
 

ShareDeel