Die Zauberflöte

De Nationale Opera

Die Zauberflöte

Programma

Wolfgang Amadeus Mozart
Die Zauberflöte

Vluchtend voor een grote slang valt prins Tamino uitgeput neer. Drie hofdames van de Koningin der Nacht doden het monster. Als Tamino bijkomt, ziet hij de vogelvanger Papageno, die beweert dat híj de slang heeft verslagen. De dames bestraffen deze leugen door een slot voor zijn mond te hangen. Zij geven Tamino een portret van Pamina, de dochter van de Koningin der Nacht. Het meisje wordt gevangen gehouden door de priester Sarastro. Tamino is op slag verliefd. Dan verschijnt de Koningin en vraagt Tamino om Pamina te bevrijden; als beloning zal hij haar hand krijgen. De prins krijgt een toverfluit mee, terwijl Papageno, die hem zal helpen, een magisch klokkenspel ontvangt. Het slot wordt van zijn mond verwijderd en drie knapen wijzen de weg naar Sarastro.
In diens paleis wordt Pamina belaagd door de moor Monostatos. Als Papageno voor hem staat, menen beiden de duivel te zien en nemen de benen. Dan komt Papageno terug om Pamina te melden dat Tamino haar zal bevrijden. Deze krijgt van een priester te horen dat Sarastro geen schurk is, maar een rechtvaardige heerser. Monostatos probeert de vluchtende Pamina en Papageno tegen te houden, maar als de vogelvanger op zijn klokkenspel speelt, moeten de moor en zijn trawanten dansen, of ze willen of niet. Onderweg stuiten Pamina en Papageno op Sarastro, die Pamina de vluchtpoging vergeeft, maar haar niet vrijlaat: het is beter als ze niet naar haar moeder terugkeert. Pamina valt Tamino in de armen, terwijl Monostatos met slagen op zijn voetzolen wordt gestraft.
Voordat Tamino met Pamina mag trouwen, moet hij een aantal proeven afleggen en in de tempel der wijsheid worden opgenomen. Papageno vergezelt hem, nadat ook hem een bruid is beloofd. De slapende Pamina wordt weer beslopen door Monostatos, als de Koningin der Nacht verschijnt. Monostatos verstopt zich en hoort hoe de moeder haar dochter opdraagt Sarastro te doden en de zevenvoudige Zonnekring, die Pamina’s vader aan de broederschap had geschonken, terug te pakken. Monostatos ontneemt Pamina een dolk die haar moeder haar gaf en eist dat zij de zijne wordt. Zo niet, dan zal hij alles verraden aan Sarastro, die plotseling binnenkomt en de moor wegjaagt. Sarastro stelt Pamina gerust: het gaat hem niet om wraak, maar om liefde en vergeving.
Tamino en Papageno moeten blijven zwijgen totdat een bazuin klinkt, maar Papageno babbelt honderduit. Ineens staat er een lelijk oud vrouwtje voor hem, dat zich voorstelt als zijn bruid en weer schielijk verdwijnt als er een donderslag klinkt. De drie knapen brengen de toverfluit, het klokkenspel en een gedekte tafel. Terwijl Papageno zich tegoed doet, blaast Tamino op de fluit. Pamina voegt zich bij hen; zij is wanhopig als Tamino niet met haar wil spreken.
Sarastro laat hen voorlopig afscheid nemen; er staan Tamino nog twee gevaarlijke proeven te wachten. Papageno hoeft niet meer mee te doen, want hij is te zeer gesteld op aardse genoegens. Het oude vrouwtje duikt weer op en verandert tot zijn verrukking in de jonge, knappe Papagena. Een priester neemt haar echter weer mee: Papageno heeft haar nog niet verdiend. Als Pamina zelfmoord wil plegen, wordt dit verhinderd door de drie knapen, die haar overtuigen dat Tamino van haar houdt. Zij brengen haar naar hem toe. Ook Papageno wordt door de knapen van zelfmoord afgehouden: zij brengen Papagena bij hem. Intussen doorstaan Tamino en Pamina samen de vuur- en waterproeven en betreden de tempel. De Koningin der Nacht probeert daar met de drie dames en Monostatos binnen te dringen, maar onder donder en bliksem verzinken zij in de diepte. Sarastro en zijn priesters verwelkomen Tamino en Pamina in hun kring van ingewijden.

Meer informatie over Die Zauberflöte.

  • Over de musici
  • Marc Albrecht

    Marc Albrecht, chef-dirigent

    Nederlands Philharmonisch Orkest

    Vanaf september 2011 is Albrecht chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch Orkest als De Nederlandse Opera.

    Op de leeftijd dat andere kinderen nog met houten zwaarden zwaaiden, zwaaide Marc Albrecht (1964, Duitsland) al met de baton. En hij was nog in zijn tienerjaren toen hij zijn vader, dirigent George Alexander Albrecht, begon te assisteren bij repetities van opera's van Strauss en Wagner.



    De leerjaren bij zijn vader zette Albrecht voort als repetitor bij de Hamburgse opera. Hij speelde er ontzagwekkende operapartituren op de piano om de zangers te begeleiden bij het instuderen van hun rol. Een fantastische leerschool, naar eigen zeggen. De jonge dirigent ontwikkelde zich verder bij het Dresdense operahuis en als persoonlijk assistent van Claudio Abbado bij het Gustav Mahler Jugendorchester in Wenen. Vanaf 1995 braken enorm succesvolle jaren aan bij het Staatstheater Darmstadt. "Ik inhaleerde opera-partituren, was onstuitbaar. De basis die ik toen gelegd heb, geeft me nu een comfortabel gevoel,” zei hij daarover. 

In 2006 ging Albrecht zich een tijd lang meer op orkestmuziek concentreren en kreeg hij een aanstelling bij het Orchestre Philharmonique de Strasbourg. Ook als concertdirigent maakte hij snel naam. Uitnodigingen om te werken met de toporkesten van Europa volgden elkaar razendsnel op: de Berliner Philharmoniker, het Koninklijk Concertgebouworkest, de Staatskapelle Dresden, Munich Philharmonic, Vienna Symphony and the Orchestre National de Lyon.

    Albrechts opera-carrière bleef ondertussen absoluut niet stilstaan. Het mooiste bewijs daarvan is misschien wel het overrompelende succes met Die Frau Ohne Schatten van Strauss in 2008 bij De Nederlandse Opera met het Nederlands Philharmonisch Orkest in de bak! 'He and the orchestra were the triumphant stars of the night,' schreef Opera Today daarover, en voorspelde hem en passant een grote toekomst. Wat later volgde een zeer geslaagd debuut bij het Royal Opera House Covent Garden met Wagners Der fliegende Holländer.




    Vanaf september 2011 is Albrecht chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch Orkest als De Nederlandse Opera, waar hij respectievelijk Yakov Kreizberg en Ingo Metzmachter opvolgt. Een droombenoeming volgens de pers. Klopt helemaal wat ons betreft. En Marc Albrecht zelf? Die was zo gelukkig met de benoeming dat hij onmiddellijk zijn koffers pakte en naar Amsterdam kwam, waar hij inmiddels woont en leeft.

    Deel
Deel