Dodenmis

Nederlands Philharmonisch Orkest

Dodenmis

MEDIA

Programma

Berlioz - Requiem ‘Grande Messe des Morts'

De opdracht voor een dodenmis voor de soldaten die waren omgekomen tijdens de Juni-revolutie in 1830 zette Hector Berlioz in vuur en vlam. Zijn Grande Messe des Morts overtrof alles wat tot dan toe gecomponeerd was en kan nog steeds wedijveren met de Achtste symfonie van Gustav Mahler, een ander kolossaal werk voor solisten, koor en orkest met de bijnaam Symfonie der Duizend. Bij een uitvoering van de dodenmis zijn honderden instrumentalisten en zangers betrokken. Daarbij zitten meerdere paukenisten die verschillende pauken moeten aanroffelen om het Laatste Oordeel uit te beelden, geflankeerd door vier groepen koperblazers in de hoeken van de concertzaal en een koor waarin minstens zestig tenoren en tachtig bassen de Dag der Wrake uitzingen. Toch zitten er ook zeer intieme momenten in dit requiem der requiems.

Extra:
Donderdag 8 mei 18.30 Dinerlezing Kees Wisse in de Krugerkamer. Tijdens een uitgelezen 3-gangen diner volgens 19e-eeuws Frans recept vertelt musicoloog Kees Wisse u alles over de overweldigende Grande Messe des Morts. Ook neemt hij u mee in de muzikale wereld van Berlioz, waarin dit requiem een unieke plaats inneemt.
Kijk hier voor meer informatie, en om te reserveren.

 



 

  • Over de musici
  • Marc Albrecht

    Marc Albrecht, chef-dirigent

    Nederlands Philharmonisch Orkest

    Vanaf september 2011 is Albrecht chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch Orkest als De Nederlandse Opera.

    Op de leeftijd dat andere kinderen nog met houten zwaarden zwaaiden, zwaaide Marc Albrecht (1964, Duitsland) al met de baton. En hij was nog in zijn tienerjaren toen hij zijn vader, dirigent George Alexander Albrecht, begon te assisteren bij repetities van opera's van Strauss en Wagner.



    De leerjaren bij zijn vader zette Albrecht voort als repetitor bij de Hamburgse opera. Hij speelde er ontzagwekkende operapartituren op de piano om de zangers te begeleiden bij het instuderen van hun rol. Een fantastische leerschool, naar eigen zeggen. De jonge dirigent ontwikkelde zich verder bij het Dresdense operahuis en als persoonlijk assistent van Claudio Abbado bij het Gustav Mahler Jugendorchester in Wenen. Vanaf 1995 braken enorm succesvolle jaren aan bij het Staatstheater Darmstadt. "Ik inhaleerde opera-partituren, was onstuitbaar. De basis die ik toen gelegd heb, geeft me nu een comfortabel gevoel,” zei hij daarover. 

In 2006 ging Albrecht zich een tijd lang meer op orkestmuziek concentreren en kreeg hij een aanstelling bij het Orchestre Philharmonique de Strasbourg. Ook als concertdirigent maakte hij snel naam. Uitnodigingen om te werken met de toporkesten van Europa volgden elkaar razendsnel op: de Berliner Philharmoniker, het Koninklijk Concertgebouworkest, de Staatskapelle Dresden, Munich Philharmonic, Vienna Symphony and the Orchestre National de Lyon.

    Albrechts opera-carrière bleef ondertussen absoluut niet stilstaan. Het mooiste bewijs daarvan is misschien wel het overrompelende succes met Die Frau Ohne Schatten van Strauss in 2008 bij De Nederlandse Opera met het Nederlands Philharmonisch Orkest in de bak! 'He and the orchestra were the triumphant stars of the night,' schreef Opera Today daarover, en voorspelde hem en passant een grote toekomst. Wat later volgde een zeer geslaagd debuut bij het Royal Opera House Covent Garden met Wagners Der fliegende Holländer.




    Vanaf september 2011 is Albrecht chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch Orkest als De Nederlandse Opera, waar hij respectievelijk Yakov Kreizberg en Ingo Metzmachter opvolgt. Een droombenoeming volgens de pers. Klopt helemaal wat ons betreft. En Marc Albrecht zelf? Die was zo gelukkig met de benoeming dat hij onmiddellijk zijn koffers pakte en naar Amsterdam kwam, waar hij inmiddels woont en leeft.

    Deel
  • Nederlands Concertkoor

    Nederlands Concertkoor, koor

    Het Nederlands Concertkoor is in 1987 voortgekomen uit het Koor van het Concertgebouworkest, dat als

    Het Nederlands Concertkoor is in 1987 voortgekomen uit het Koor van het Concertgebouworkest, dat als vast gezelschap meezong met het orkest in grote vocale producties. Met het ontstaan van het Nederlands Concertkoor heeft het ensemble zijn vleugels verder uitgeslagen en werkt samen met de grote symfonieorkesten, wanneer het programma een groot koor vereist. Als zodanig zong het koor met, naast natuurlijk het Koninklijk Concertgebouworkest, onder meer het Residentieorkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. In 2010 werkte het koor met het NedPhO aan een indrukwekkende productie van Verdi’s Requiem onder leiding van Otto Tausk: ‘De ruim honderd zangers van het Nederlands Concertkoor, bleken uitstekend toegerust voor de magie en de donderkracht in Verdi’s dodenmis. Bassen van gewicht en nauwkeurig doserende sopranen vulden de Grote Zaal van het Concertgebouw met trefzeker gemak.’ Vorig seizoen zong het koor mee in een grootse uitvoering van het Requiem van Berlioz. Met Het koor heeft zich op deze wijze een positie veroverd als een van de beste amateurkoren van ons land. Jarenlang stond dirigent Rob Vermeulen voor het koor, maar sinds 2013 is Louis Buskens dirigent en artistiek leider van het Nederlands Concertkoor.

    Deel
  • VU Kamerkoor

    VU Kamerkoor, koor

    Deel
  • Projectkoor Conservatorium van Amsterdam

    Projectkoor Conservatorium van Amsterdam, koor

    Zoals de meeste conservatoria in Nederland heeft het Amsterdams Conservatorium diverse vormen van ko

    Zoals de meeste conservatoria in Nederland heeft het Amsterdams Conservatorium diverse vormen van koorpracticum. Zij zijn bedoeld voor studenten in de beginfase van hun studie, ongeacht de richting die zij gekozen hebben, om ook zingend kennis te maken met alle vormen van muziek. Voor studenten koor- en orkestdirectie is het koorpracticum essentieel voor hun opleiding. Het projectkoor van het conservatorium wordt in steeds wisselende bezetting samengesteld uit het koorpracticum. Het treedt op bij examenprojecten van afstuderende studenten waarbij een koor vereist is. Ook geven zij regelmatig concerten binnen en buiten het verband van het conservatorium. Daarnaast werkt het projectkoor incidenteel mee met producties van professionele symfonieorkesten en andere ensembles, wanneer er behoefte is aan een geoefend koor op hoog niveau.

    Deel
  • Boudewijn Jansen

    Boudewijn Jansen, dirigent

    Als koordirigent genoot hij bekendheid als leider van het door hem in 1991 opgerichte Kamerkoor van de Vrije Universiteit, waar hij tot 2015 de scepter zwaaide. Sinds 2003 is hij het gezicht van Toonkunstkoor Amsterdam. In die hoedanigheid dirigeerde hij enkele jaren het Nederlands Kamerorkest tijdens de traditionele uitvoering van de Matthäus-Passion.

    Koordirigent Boudewijn Jansen studeerde piano en orkestdirectie aan het Utrechts Conservatorium. Zijn eerste belangrijke ervaring deed hij op bij de operastudio van De Nederlandse Reisopera. Ook was hij muzikaal leider van de Stichting Kameropera Nederland.

    Sinds 1994 is hij verbonden aan De Nationale Opera als repetitor en assistent-dirigent. Als zodanig werkte hij samen met grote dirigenten als Hartmut Haenchen, Sir Simon Rattle en Pierre Boulez. In 2001 debuteerde hij als dirigent in Het Muziektheater Amsterdam met Janáčeks Jenůfa met het Radio Filharmonisch Orkest. Grote indruk maakte hij toen hij halverwege een voorstelling van Wagners Die Meistersinger de leiding van de onwel geworden Marc Albrecht overnam. ‘Na het uitstekend afronden van de tweede akte nam Jansen ook de lange derde akte soeverein voor zijn rekening. Daarmee leverde hij een uitstekend visitekaartje voor zichzelf af.’

    Als koordirigent genoot hij bekendheid als leider van het door hem in 1991 opgerichte Kamerkoor van de Vrije Universiteit, waar hij tot 2015 de scepter zwaaide. Van 2011 tot 2013 was hij artistiek leider van het Nederlands Concertkoor. Sinds 2003 is hij het gezicht van Toonkunstkoor Amsterdam. In die hoedanigheid dirigeerde hij enkele jaren het Nederlands Kamerorkest tijdens de traditionele uitvoering van de Matthäus-Passion van het koor.

    Deel
  • Toonkunstkoor Amsterdam

    Toonkunstkoor Amsterdam, koor

    Het Toonkunstkoor Amsterdam is een waar muzikaal instituut dat de koortraditie in de hoofdstad hooghoudt. Het koor bestaat uit uitstekend geschoolde amateurzangers.

    Toen in 1829 de Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst werd opgericht, was Amsterdam één van de eerste afdelingen die een eigen koor oprichtte. In al die jaren is het Toonkunstkoor Amsterdam uitgegroeid tot een waar muzikaal instituut dat de koortraditie in de hoofdstad hooghoudt. Het koor bestaat uit uitstekend geschoolde amateurzangers. Door die hoge kwaliteit verleent het met grote regelmaat medewerking aan producties van de Nederlandse symfonieorkesten waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest, het Residentie Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Daarbij schuwen de zangers het niet om ook lastig repertoire uit de 20e eeuw uit te voeren dat maar zelden bij amateurkoren te vinden is. Niet voor niets dus dat zij in hun lange geschiedenis optraden onder legendarische dirigenten als Otto Klemperer, Bruno Walter, Eduard van Beinum en Bernard Haitink.

    Een belangrijke pijler in het repertoire van Toonkunstkoor Amsterdam, dat sinds 2003 onder leiding staat van Boudewijn Jansen, is de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus Passion in het Koninklijk Concertgebouw. Een traditie die met Mengelberg in 1899 in gang werd gezet, en waaraan het Nederlands Kamerorkest ook enkele jaren zijn medewerking verleende.

    Deel