Dodenmis

Nederlands Philharmonisch Orkest

Dodenmis

MEDIA

Programma

Berlioz - Requiem ‘Grande Messe des Morts'

De opdracht voor een dodenmis voor de soldaten die waren omgekomen tijdens de Juni-revolutie in 1830 zette Hector Berlioz in vuur en vlam. Zijn Grande Messe des Morts overtrof alles wat tot dan toe gecomponeerd was en kan nog steeds wedijveren met de Achtste symfonie van Gustav Mahler, een ander kolossaal werk voor solisten, koor en orkest met de bijnaam Symfonie der Duizend. Bij een uitvoering van de dodenmis zijn honderden instrumentalisten en zangers betrokken. Daarbij zitten meerdere paukenisten die verschillende pauken moeten aanroffelen om het Laatste Oordeel uit te beelden, geflankeerd door vier groepen koperblazers in de hoeken van de concertzaal en een koor waarin minstens zestig tenoren en tachtig bassen de Dag der Wrake uitzingen. Toch zitten er ook zeer intieme momenten in dit requiem der requiems.

Extra:
Donderdag 8 mei 18.30 Dinerlezing Kees Wisse in de Krugerkamer. Tijdens een uitgelezen 3-gangen diner volgens 19e-eeuws Frans recept vertelt musicoloog Kees Wisse u alles over de overweldigende Grande Messe des Morts. Ook neemt hij u mee in de muzikale wereld van Berlioz, waarin dit requiem een unieke plaats inneemt.
Kijk hier voor meer informatie, en om te reserveren.

 



 

  • Over de musici
  • Marc Albrecht

    Marc Albrecht, chef-dirigent

    Nederlands Philharmonisch Orkest

    Sinds 2011 is Marc Albrecht chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest en De Nationale Opera.

    Sinds 2011 is Marc Albrecht chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest en De Nationale Opera. Een samenwerking die, gezien de vele successen, in ieder geval tot 2020 verlengd is. Marc Albrecht wordt vooral geroemd om zijn interpretatie van werken geschreven rondom de Jahrhundertwende: werken van grootheden als Wagner, Mahler en Richard Strauss, maar ook van minder bekende componisten als Zemlinsky en Schreker. Over Albrechts meest recente Mahlervertolking schreef het NRC: ‘In de Tiende toonde Albrecht opnieuw zijn onopgesmukte Mahler-signatuur. En juist in die Tiende vergrootte zijn geserreerde stijl slechts de impact.’  Naast gastdirecties bij onder meer de Berliner Philharmoniker, Wiener Philharmoniker en het Koninklijk Concertgebouworkest, leidde hij van 2006 tot zijn komst naar Amsterdam het Orchestre Philharmonique de Strasbourg.

    Bij De Nationale Opera dirigeerde Marc Albrecht onder meer Die Frau ohne Schatten en Der Rosenkavalier van R. Strauss, Die Zauberflöte van Mozart, Gurre-Lieder van Schönberg, Lohengrin en Parsifal van Wagner en Hänsel und Gretel van Humperdinck. ‘De grootste pluim gaat naar specialist Marc Albrecht en zijn Nederlands Philharmonisch, die de bontgekleurde orkestpartituur in verbijsterend detail tot leven wekten. Albrecht bouwde de spanning zorgvuldig op en creëerde een geweldige emotionele impact,’ schreef het NRC naar aanleiding van de productie van Bergs Wozzeck in maart 2017.

    Over de hele wereld is Marc Albrecht een uiterst gewild operadirigent.  Al in 2003 debuteerde hij met succes bij de Salzburger Festspiele waar hij in 2010 met de Wiener Philharmoniker tekende voor een indrukwekkende Lulu, een productie die ook op dvd werd uitgebracht. Hij was te gast bij de Bayreuther Festspiele met Wagners Der fliegende Holländer. Met dezelfde opera schitterde hij in Covent Garden. Langdurig en intensief is zijn band met de Deutsche Oper Berlin. Van 2001 tot 2004 was hij er vaste gastdirigent en nog steeds leidt hij met regelmaat nieuwe producties bij dit gezelschap. Zo dirigeert hij in maart 2018 enige voorstellingen van Das Wunder der Heliane van Korngold.

    Ook waren er verscheidene prijzen voor bijzondere opnames. Zo werd in 2014 de opname van de DNO-productie Der Schatzgräber van Schreker onderscheiden met een Edison, terwijl Trojahns opera Orest een Edison-nominatie kreeg. De dvd De legende van de stad Kitesj ontving in 2015 de International Classical Music Award. Tot slot werd de DNO-productie Gurre-Lieder in 2015 genomineerd door de International Opera Award voor beste nieuwe productie. Als extra bekroning werd in 2016 De Nationale Opera onder  Marc Albrechts muzikale leiding door de International Opera Award uitgeroepen tot ‘Opera house of the year’.

    De vele symfonische programma’s die hij met het Nederlands Philharmonisch Orkest uitvoert, bewijzen overtuigend dat Marc Albrecht ook in de concertzaal één van de leidende dirigenten van onze tijd is. Marc Albrecht en het Nederlands Philharmonisch Orkest brachten diverse opnamen uit waaronder Mahlers orkestliederen en Vierde symfonie en de complete Elektra van Strauss.

    Deel
  • Nederlands Concertkoor

    Nederlands Concertkoor, koor

    Het Nederlands Concertkoor is in 1987 voortgekomen uit het Koor van het Concertgebouworkest, dat als

    Het Nederlands Concertkoor is in 1987 voortgekomen uit het Koor van het Concertgebouworkest, dat als vast gezelschap meezong met het orkest in grote vocale producties. Met het ontstaan van het Nederlands Concertkoor heeft het ensemble zijn vleugels verder uitgeslagen en werkt samen met de grote symfonieorkesten, wanneer het programma een groot koor vereist. Als zodanig zong het koor met, naast natuurlijk het Koninklijk Concertgebouworkest, onder meer het Residentieorkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. In 2010 werkte het koor met het NedPhO aan een indrukwekkende productie van Verdi’s Requiem onder leiding van Otto Tausk: ‘De ruim honderd zangers van het Nederlands Concertkoor, bleken uitstekend toegerust voor de magie en de donderkracht in Verdi’s dodenmis. Bassen van gewicht en nauwkeurig doserende sopranen vulden de Grote Zaal van het Concertgebouw met trefzeker gemak.’ Vorig seizoen zong het koor mee in een grootse uitvoering van het Requiem van Berlioz. Met Het koor heeft zich op deze wijze een positie veroverd als een van de beste amateurkoren van ons land. Jarenlang stond dirigent Rob Vermeulen voor het koor, maar sinds 2013 is Louis Buskens dirigent en artistiek leider van het Nederlands Concertkoor.

    Deel
  • VU Kamerkoor

    VU Kamerkoor, koor

    Deel
  • Projectkoor Conservatorium van Amsterdam

    Projectkoor Conservatorium van Amsterdam, koor

    Zoals de meeste conservatoria in Nederland heeft het Amsterdams Conservatorium diverse vormen van ko

    Zoals de meeste conservatoria in Nederland heeft het Amsterdams Conservatorium diverse vormen van koorpracticum. Zij zijn bedoeld voor studenten in de beginfase van hun studie, ongeacht de richting die zij gekozen hebben, om ook zingend kennis te maken met alle vormen van muziek. Voor studenten koor- en orkestdirectie is het koorpracticum essentieel voor hun opleiding. Het projectkoor van het conservatorium wordt in steeds wisselende bezetting samengesteld uit het koorpracticum. Het treedt op bij examenprojecten van afstuderende studenten waarbij een koor vereist is. Ook geven zij regelmatig concerten binnen en buiten het verband van het conservatorium. Daarnaast werkt het projectkoor incidenteel mee met producties van professionele symfonieorkesten en andere ensembles, wanneer er behoefte is aan een geoefend koor op hoog niveau.

    Deel
  • Boudewijn Jansen

    Boudewijn Jansen, dirigent

    Als koordirigent genoot hij bekendheid als leider van het door hem in 1991 opgerichte Kamerkoor van de Vrije Universiteit, waar hij tot 2015 de scepter zwaaide. Sinds 2003 is hij het gezicht van Toonkunstkoor Amsterdam. In die hoedanigheid dirigeerde hij enkele jaren het Nederlands Kamerorkest tijdens de traditionele uitvoering van de Matthäus-Passion.

    Koordirigent Boudewijn Jansen studeerde piano en orkestdirectie aan het Utrechts Conservatorium. Zijn eerste belangrijke ervaring deed hij op bij de operastudio van De Nederlandse Reisopera. Ook was hij muzikaal leider van de Stichting Kameropera Nederland.

    Sinds 1994 is hij verbonden aan De Nationale Opera als repetitor en assistent-dirigent. Als zodanig werkte hij samen met grote dirigenten als Hartmut Haenchen, Sir Simon Rattle en Pierre Boulez. In 2001 debuteerde hij als dirigent in Het Muziektheater Amsterdam met Janáčeks Jenůfa met het Radio Filharmonisch Orkest. Grote indruk maakte hij toen hij halverwege een voorstelling van Wagners Die Meistersinger de leiding van Marc Albrecht overnam. ‘Na het uitstekend afronden van de tweede akte nam Jansen ook de lange derde akte soeverein voor zijn rekening. Daarmee leverde hij een uitstekend visitekaartje voor zichzelf af.’

    Als koordirigent genoot hij bekendheid als leider van het door hem in 1991 opgerichte Kamerkoor van de Vrije Universiteit, waar hij tot 2015 de scepter zwaaide. Van 2011 tot 2013 was hij artistiek leider van het Nederlands Concertkoor. Sinds 2003 is hij het gezicht van Toonkunstkoor Amsterdam. In die hoedanigheid dirigeerde hij enkele jaren het Nederlands Kamerorkest tijdens de traditionele uitvoering van de Matthäus-Passion van het koor.

    Deel
  • Toonkunstkoor Amsterdam

    Toonkunstkoor Amsterdam, koor

    Het Toonkunstkoor Amsterdam is een waar muzikaal instituut dat de koortraditie in de hoofdstad hooghoudt. Het koor bestaat uit uitstekend geschoolde amateurzangers.

    Toen in 1829 de Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst werd opgericht, was Amsterdam één van de eerste afdelingen die een eigen koor oprichtte. In al die jaren is het Toonkunstkoor Amsterdam uitgegroeid tot een waar muzikaal instituut dat de koortraditie in de hoofdstad hooghoudt. Het koor bestaat uit uitstekend geschoolde amateurzangers. Door die hoge kwaliteit verleent het met grote regelmaat medewerking aan producties van de Nederlandse symfonieorkesten waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest, het Residentie Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Daarbij schuwen de zangers het niet om ook lastig repertoire uit de 20e eeuw uit te voeren dat maar zelden bij amateurkoren te vinden is. Niet voor niets dus dat zij in hun lange geschiedenis optraden onder legendarische dirigenten als Otto Klemperer, Bruno Walter, Eduard van Beinum en Bernard Haitink.

    Een belangrijke pijler in het repertoire van Toonkunstkoor Amsterdam, dat sinds 2003 onder leiding staat van Boudewijn Jansen, is de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus Passion in het Koninklijk Concertgebouw. Een traditie die met Mengelberg in 1899 in gang werd gezet, en waaraan het Nederlands Kamerorkest ook enkele jaren zijn medewerking verleende.

    Deel