Tovenaarsleerling

Nederlands Philharmonisch Orkest

Tovenaarsleerling

MEDIA

Programma

Dukas, Martin, Debussy en Ravel       

Dukas
– Lapprenti sorcier
Martin – Celloconcert
Debussy – Nocturnes, deel 1 en 2
Ravel – La Valse

DUKAS, MARTIN, DEBUSSY EN RAVEL Componisten zijn net tovenaarsleerlingen. Ze hebben de geheimen van klanken en ritmen ontdekt, maar ze zijn slimmer dan de tovenaarsleerling uit het beroemde sprookje dat Paul Dukas omtoverde in muziek. Dukas voert het lijstje van de vier Frans klinkende namen in dit concert aan. Een van hen is echter van Zwitserse oorsprong: Frank Martin. Daarnaast is hij ook een beetje Nederlander, want vanaf 1946 tot aan zijn dood in 1974 woonde en werkte hij in ons land. Hij wist de kwaliteiten van de klassieke componeermethode te mengen met het moderne twaalftoons systeem tot een eigen, kleurrijke stijl. Voorwaar een echte tovenaar. Zijn Celloconcert past mooi bij de betoverende Nocturnes die Claude Debussy schreef over wolken (‘Nuages’) en feesten (‘Fetes’). Ravels beroemde La Valse is een en al kleur, gevat in steeds schokkender wordende ritmiek.

EXTRA: Zondag 13.40 uur Muziekcafé, Spiegelzaal.



Dit concert wordt opgenomen door Omroep MAX en uitgezonden op dinsdag 27 november in het MAX Avondconcert vanaf 20.00 uur op Radio 4.

  • Over de musici
  • Marc Albrecht

    Marc Albrecht, chef-dirigent

    Nederlands Philharmonisch Orkest

    Vanaf september 2011 is Albrecht chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch Orkest als De Nederlandse Opera.

    Op de leeftijd dat andere kinderen nog met houten zwaarden zwaaiden, zwaaide Marc Albrecht (1964, Duitsland) al met de baton. En hij was nog in zijn tienerjaren toen hij zijn vader, dirigent George Alexander Albrecht, begon te assisteren bij repetities van opera's van Strauss en Wagner.



    De leerjaren bij zijn vader zette Albrecht voort als repetitor bij de Hamburgse opera. Hij speelde er ontzagwekkende operapartituren op de piano om de zangers te begeleiden bij het instuderen van hun rol. Een fantastische leerschool, naar eigen zeggen. De jonge dirigent ontwikkelde zich verder bij het Dresdense operahuis en als persoonlijk assistent van Claudio Abbado bij het Gustav Mahler Jugendorchester in Wenen. Vanaf 1995 braken enorm succesvolle jaren aan bij het Staatstheater Darmstadt. "Ik inhaleerde opera-partituren, was onstuitbaar. De basis die ik toen gelegd heb, geeft me nu een comfortabel gevoel,” zei hij daarover. 

In 2006 ging Albrecht zich een tijd lang meer op orkestmuziek concentreren en kreeg hij een aanstelling bij het Orchestre Philharmonique de Strasbourg. Ook als concertdirigent maakte hij snel naam. Uitnodigingen om te werken met de toporkesten van Europa volgden elkaar razendsnel op: de Berliner Philharmoniker, het Koninklijk Concertgebouworkest, de Staatskapelle Dresden, Munich Philharmonic, Vienna Symphony and the Orchestre National de Lyon.

    Albrechts opera-carrière bleef ondertussen absoluut niet stilstaan. Het mooiste bewijs daarvan is misschien wel het overrompelende succes met Die Frau Ohne Schatten van Strauss in 2008 bij De Nederlandse Opera met het Nederlands Philharmonisch Orkest in de bak! 'He and the orchestra were the triumphant stars of the night,' schreef Opera Today daarover, en voorspelde hem en passant een grote toekomst. Wat later volgde een zeer geslaagd debuut bij het Royal Opera House Covent Garden met Wagners Der fliegende Holländer.




    Vanaf september 2011 is Albrecht chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch Orkest als De Nederlandse Opera, waar hij respectievelijk Yakov Kreizberg en Ingo Metzmachter opvolgt. Een droombenoeming volgens de pers. Klopt helemaal wat ons betreft. En Marc Albrecht zelf? Die was zo gelukkig met de benoeming dat hij onmiddellijk zijn koffers pakte en naar Amsterdam kwam, waar hij inmiddels woont en leeft.

    Deel
  • Alban Gerhardt

    Alban Gerhardt, cello

    Zijn vader was violist bij de Berliner Philharmoniker en bij datzelfde orkest maakte de Duitse celli

    Zijn vader was violist bij de Berliner Philharmoniker en bij datzelfde orkest maakte de Duitse cellist Alban Gerhardt (1969) op zijn 21e een verbluffend debuut als solist. Bij meer dan 250 orkesten maakte hij sindsdien zijn opwachting, waaronder  in de afgelopen seizoenen het London Philharmonic Orchestra, het Sydney Symphony Orchestra, het Philadelphia Orchestra en natuurlijk het Nederlands Philharmonisch Orkest. Hij heeft meer dan 70 celloconcerten op zijn repertoire staan; enkele zijn speciaal voor hem geschreven, zoals het Celloconcert van de Koreaanse Unsik Chin, dat in de Londense Royal Albert Hall met groot succes in première ging. De vele cd’s die hij maakte vielen regelmatig in de prijzen, waaronder verschillende malen de ECHO Klassik Award. Naast de Cello Biënnale is hij ook regelmatig te gast bij de  Proms in London en het Edinburgh Festival.

    Ook is Alban Gerhardt veelvuldig te horen met kamermuziek. Hij speelde  met befaamde collega’s als Lars Vogt, Christian Tetzlaff en Emmanuel Pahud in gerenommeerde zalen als de Suntory Hall in Tokyo en de Londense Wigmore Hall waar hij dit seizoen artist-in-residence is. Maar Het Concertgebouw is  zijn favoriete zaal: ‘Het afdalen van de trappen naar het podium is altijd weer beangstigend en tegelijkertijd opwindend. En dan, die Amsterdammers weten hoe ze moeten luisteren!’

    Deel