Interview Joey Roukens

Encore 01/16

Joey Roukens laat het orkest golven in Morphic Waves 

Alleen al bij het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest krijgt componist Joey Roukens binnen korte tijd drie van zijn werken uitgevoerd. Hij is dit seizoen composer-in-residence, een positie die samengebald is in de staart van het seizoen 2015-2016. Zijn Concert voor slagwerk en orkest klinkt op 1 april in Muziekgebouw aan 't IJ te Amsterdam en op 9 april in de Philharmonie te Haarlem. Dan volgt op 4 en 5 juni in Het Concertgebouw het orkestwerk From funeral to funfair (and back…). De reeks besluit met een spiksplinternieuwe compositie voor orkest getiteld Morphic Waves in Het Concertgebouw op 18 en 20 juni. ASKO-Schönberg verzorgt de wereldpremière van een nieuw vioolconcert met de titel Roads to everywhere op 17 maart in Muziekgebouw aan ‘t IJ, op 18 maart in Tivoli/Vredenburg Utrecht, en op 24 maart in de Nijmeegse concertzaal De Vereniging. Zijn tweedelige Rising Phenix voor groot koor en orkest krijgt bij het Groot Omroepkoor op 8 april in Tivoli/Vredenburg een nieuwe uitvoering. Op 12 mei zet het Nieuw Ensemble zich in voor Catching Proteus, te beluisteren in Muziekgebouw aan ‘t IJ.

Titaantje
Componeren zit hem in het bloed, van jongs af aan. Als zestienjarige schreef hij al een orkestwerk dat twee jaar later - in 2001 - door het Nederlands Philharmonisch Orkest werd gespeeld tijdens een project met de allerjongste generatie componisten. Hij had het stuk Titaantjes genoemd. Dat getuigde van lef om zich te profileren als jonge toonkunstenaar. Een stap naar het conservatorium zou logisch zijn geweest, maar Roukens meldde zich eerst bij de Leidse universiteit voor een studie psychologie. 'Ik kom uit een gezin waar verwacht werd dat je een universitaire opleiding ging volgen. Muziek is een vorm van psychologie. Wat voortgebracht wordt, zijn trillingen in de lucht, waarin de componist iets wil zeggen. Je legt er je psyche in. Die muziek krijgt betekenis als de luisteraar er betekenis aan geeft. De luisteraar maakt het stuk af.'

Roukens rondde zijn psychologie-studie netjes af, maar hij liep inmiddels ook college componeren op het conservatorium. De student die zijn muzikale hart onder meer had uitgeleefd in een popband, zag zijn medestudenten het voorbeeld volgen van de modernistische, atonale stijl; de school van Boulez, Stockhausen, Ligeti. Roukens dacht dat ook te moeten doen. Dat keurslijf voelde echter niet lekker.

Muzikale dna
'Er heerste een sterk begrensde visie op wat muziek is. Ik ging toch nog mee, bestudeerde het Tweede Strijkkwartet van Ligeti, en ik probeerde muziek te schrijven die aansloot bij die esthetiek. Onder meer in mijn Eerste Strijkkwartet. Als iemand er een pleidooi voor wil houden, goed, ik zal het niet tegenhouden. Maar die componist ben ik niet meer. In mijn derde studiejaar voelde ik mij op een doodlopende weg. Ik merkte dat ik aangetrokken werd door tonaliteit in de richting die Amerikaanse componisten als Steve Reich en John Adams lieten horen.

Wij leven in een totaal andere tijd dan in de tweede helft van de vorige eeuw. Alle muzikale genres staan ter beschikking: van oude, middeleeuwse muziek tot de nieuwste techno. Er is een hele ontwikkeling in de popmuziek bij gekomen. Ik word erdoor beïnvloed, want ik leef in een cultuur die doordrenkt is van popmuziek. Het is een onderdeel van mijn muzikale dna geworden.'

De 'nieuwe' Roukens maakte in 2007 een start met een orkestwerk dat hij 365 noemde, en waarin hij schaamteloos tonale harmonieën en kitsch elementen toeliet. Vanaf dat moment begon zijn pen te stromen. Werken voor orkest, voor strijkkwartet, een kameropera, een pianoconcert, een groot koorwerk en nog veel meer; de meeste op vraag van orkesten en ensembles. 'Ik voel mij bevoorrecht als ik zie hoeveel opdrachten er op mij afkomen. En dat er mensen in de zaal zitten en zelfs na afloop naar mij toekomen om er op te reageren. Doel van muziek is de luisteraar te ontroeren. Het gaat om emoties die je niet in woorden kunt vatten: onbestemde emoties, positieve, negatieve, maar het moeten bevredigende emoties zijn. In de constructie van je compositie moet je de emotionele inhoud coherent en sterker maken.'

Uitgewaaierd
Hoe ga je te werk als componist? Waar begint het? 'Ik haal mijn muzikale ideeën uit improvisaties aan de piano. Ik improviseer elke dag zo'n drie kwartier. Componeren en improviseren zijn twee zijden van dezelfde munt. Er ontstaat een ritmische cel, een motiefje of een akkoordenreeks. In het nieuwe werk Morphic Waves dat ik voor het NedPhO heb geschreven, ga ik uit van een akkoord dat is 'uitgewaaierd', uit elkaar getrokken. De akkoordtonen hebben hun eigen, onafhankelijke klankverloop. De grenzen tussen harmonieën zijn diffuus; zij lijken te morphen.’

Roukens speelt in de titel met het begrip morphen, wat ‘geleidelijk overvloeien’ betekent. Hij laat ter illustratie een notenschema zien volgens de klassieke vorm, waarin een akkoord één klankobject is. De grenzen tussen de akkoorden zijn scherp. In zijn opzet voor het nieuwe orkestwerk vervagen die overgangen. Er komt een golvend geluid uit voort.

'Het golfachtige karakter loopt door het hele stuk heen. De muziek zet uit en krimpt weer in door middel van dynamische verschillen; van zacht tot hard en weer terug. Morphic Waves is niet zozeer op melodie gericht, maar op lagen van repeterende noten. Ik heb het vorig najaar geschreven, in een van de donkerste periodes. Je hoort er een herfstachtige melancholie in terug. Ik zoek weliswaar geen één op één verband, maar de buitenwereld oefent wel invloed uit op het componeren.. Ik ben ook psycholoog; ik ben ervan overtuigd dat je verlangens en wensen door je omgeving worden beïnvloed.'

Veel slagwerk
In Morphic Waves zet Roukens een groot orkest op het podium. Hij houdt van het medium. 'Mij biedt het een onuitputtelijke bron van inspiratie. De kleurenrijkdom van de instrumenten, de expressieve mogelijkheden en de intensiteit die je met een orkest kunt bereiken, spreken mij zeer aan. Maar ik leef in de 21ste eeuw, het tijdperk van allerlei ritmische bewegingen en klankeffecten zoals die vanuit de popmuziek zijn doorgedrongen in onze cultuur. Daarom gebruik ik veel slagwerk, zowel gestemd slagwerk, bijvoorbeeld de marimba, als het meer traditionele: trommels en bekkens om op te raggen en te rammen.'

Die slagwerkeffecten komen prominent aan de orde in het Percussion Concerto, oftewel het Concert voor slagwerk en orkest. Het kwam in 2011 voort uit een opdracht van Sinfonia Rotterdam dat samenwerkte met de vermaarde Schotse slagwerker Colin Currie die zelf Roukens uitkoos voor de opdracht. Het resultaat deed Currie uitroepen: 'dit is een van de vijf beste slagwerkconcerten ooit geschreven.'

'Ik ben erg blij dat dit werk nu een tweede kans krijgt. Vaak is een première meteen ook de dernière,' merkt Roukens op. Het orkest heeft voor de omvangrijke solopartij een getalenteerde jonge slagwerker geëngageerd, Dominique Vleeshouwers. Het aantal instrumenten dat hij bespelen zal, vormt een lange lijst.

Agogo bells
Roukens: 'De mogelijkheden zijn enorm. Ik schrok destijds bij het componeren hoeveel ik in mijn partituur wilde verwerken. Je bent zo bezig dat je het praktische deel uit het oog verliest. Voor de melodische lijnen gebruik ik gestemd slagwerk, zoals de marimba die een hoofdrol vervult. De ritmische kant omvat een assortiment dat loopt van de traditionele trommels tot latijns-amerikaanse agogo bells, goed voor opzwepende latin ritmes.'

In vier delen bouwt Roukens onverschrokken, met lef en fantasie een wondere en opwindende wereld aan kleuren en klanken. De titels lijken naar popmuziek te verwijzen. In Protean grooves, het derde deel, zit de groove van feel good uit de funk-muziek. In klassieke termen valt dit deel onder de noemer scherzo. Spannend door het geheimzinnige begin is het vierde deel, getiteld It's over, my friend met laag klinkende toetsinstrumenten en schimmige geluiden uit het strijkorkest. Maar dit slotdeel zwelt zwoel en zwelgend naar een hoogtepunt waarin kunst en kitsch hand in hand gaan. 'Ik vind het juist interessant het grensgebied met kitsch te verkennen,' zegt Roukens met duidelijk genoegen in zijn stem. 'Muziek is manipulatie met symbolen. Clichés en kitsch moet je zo gebruiken dat je het voorspelbare eruit haalt, dat het als nieuw wordt ervaren. Ik schrijf wat ik voel. Het gaat onbewust dat allerlei elementen hun weg vinden in mijn muziek.'

Heinz Köhnen

Deel